Blik op de weg
Het programma 'Blik op de weg' zou in Vietnam elke dag genoeg materiaal kunnen filmen om tien avondvullende programma's mee te maken.
‘How long does it take to get there?’
‘Ten minutes by Honda.’
Inhalen terwijl er tegenliggers aan komen is een techniek op zich. Het enige wat je moet doen is zorgen dat je naast je voorligger komt. Ben je er eenmaal naast dan ben je in wezen klaar. Het lijkt dan volledig legitiem deze naar rechts van de weg af te drukken. Het zal echter meestal zo ver niet komen omdat het ingehaalde slachtoffer fors in de remmen gaat. Nooit heb ik hierbij rancuneuze blikken vanuit de berm gezien, laat staan een gebaar van afkeuring. Ook heb ik bij alle chauffeurs die we hebben gehad nooit een blik gezien die verraadt dat hij zojuist een smerig kunstje heeft geflikt. Zo hoort het blijkbaar. De ongeschreven regel lijkt te zijn dat de fysiek grotere verkeersdeelnemer de meerdere is.
Toch schijnen er dagelijks honderden doden op de Vietnamese wegen te vallen. Het verbaast me niks, het valt me zelfs nog mee. Ik weet niet meer waar het was maar ik zie het nog steeds voor me. De linksvoor ingedeukte bus met ernaast de brommer die er uit zag alsof het een door een krachtige reuzenhand in elkaar gefrommeld velletje papier betrof. Even verderop lagen twee mensen onder kleden. Er omheen zaten mannen en vrouwen op de bekende oosterse manier met hun hele lichaam te huilen, een paar glazen potjes met brandende wierookstokjes tussen hen in. In de verste verte was geen politie of ambulance te bekennen. Veel mensen sterven op straat omdat er niemand een ambulance belt. Niemand is verzekerd en bovendien is het zo dat degene die de ambulance laat komen ook voor de kosten opdraait. Vind jij dat iemand naar het ziekenhuis moet? Dan moet jij dat ook maar betalen. Wat doe je dan als je geen cent hebt en er ligt voor je voeten iemand dood te bloeden?
Na een half uurtje afwisselend rijden en stilstaan wordt het rustiger en even later hebben we het verkeer van Hanoi verruild voor andere weggebruikers: de buffels en de koeien.
Onder de verkeersdeelnemers wordt namelijk ook het vee gerekend. Vreemd genoeg heb ik in Vietnam bijna geen paarden gezien, maar des te meer ossen en buffels. Claxonneren heeft bij deze dieren weinig zin. Het blijft tot de laatste seconde onzeker of de buffel met zijn enorme horens naar rechts of naar links zal uitwijken en het is dan toch maar het beste om vaart te minderen. Tamelijk willekeurig kies je als automobilist voor links of rechts, en weer geldt: ben je er eenmaal naast dan ben je klaar. Ook de buffel druk je zonder enig probleem de berm in. Het maakt niet uit of er kinderen op zitten of niet.
Dan is er nog een totaal andere categorie weggebruikers, namelijk de honden en de kippen. De honden, valt me op, worden nog enigszins ontweken, maar kippen zijn letterlijk en figuurlijk vogelvrij. Hoe het kan, ik weet het niet, maar op de één of andere manier zien die beesten toch altijd weer kans om op het laatste moment voor de banden weg te wippen.
Het is nog even de vraag wanneer je als kip beter uit bent: rennend voor je leven of tijdens je transport. We passeren een vrouw op een fiets. Over het stuur hangen minstens tien levende kippen. Met één poot aan elkaar vastgebonden. Halflam fladderend proberen ze bij de spaken van het voorwiel vandaan te blijven.
Zou er hier zoiets bestaan als een ‘dierenbescherming’? Of een ‘werelddierendag’ op 4 oktober? Ik weet niet hoe groot de wereld is, maar voor wat de dieren betreft kon Vietnam er wel eens buiten liggen.