[print]

Dath

Het loopt al tegen middernacht. De meeste mensen van onze groep zijn al naar bed gegaan. De eetzaal is eigenlijk veel te groot om gezellig te zijn, maar met zijn vijven zitten we nog wat te drinken.

We hebben net de zoveelste elektriciteitsuitval gehad, maar inmiddels branden alle lampen weer. De jongen die ons bedient heet Dath. Hij heeft ons al de nodige koude Tiger-bieren bezorgd en trekt zich steeds weer op gepaste afstand terug. Als hij niet bedient zit hij samen met zijn baas, ene meneer Loc, en nog twee mannen voor de TV. Dath spreekt zeker voor Vietnamese begrippen goed Engels. Hij laat het zich dan ook geen twee keer zeggen als hij door ons wordt uitgenodigd om er bij te komen zitten. We zijn ruimschoots aan een tweede ronde Tigers toe en Dath krijgt er nu ook één. Hij vertelt over het werk dat hij doet in het hotel. Dath gaat ‘s avonds als één van de laatsten naar bed en is ‘s morgens als één van de eersten weer uit de veren. Overdag werkt hij ook voor het hotel en is hij de gids voor de toeristen.
We vertellen hem dat we de volgende dag naar een paar minderhedendorpjes ten zuiden van Sapa gaan. Hij vindt dat we dan toch vooral ook naar dat ene dorpje moeten gaan waar zijn vriendin woont. Heeft Dath dan verkering met een meisje van een stam? Geeft dat geen problemen? wil ik weten. De vraag is zo gek nog niet, maar het geval wil dat Dath zijn moeder ook tot een minderheid behoort en daar wordt het een stuk gemakkelijker van. Ook van de andere kant zijn er geen bezwaren. Hij vertelt dat hij het met zijn schoonfamilie zelfs op een akkoordje heeft gegooid. Hij hoeft niet de gebruikelijke bruidschat te betalen, maar slechts een gedeelte. Hij kijkt ons glunderend aan en vertelt waarom dat zo geregeld is: ‘I do not have to pay so much, because I love her.’
Gefascineerd zitten we zijn verhaal aan te horen. In gedachten zie ik het stel voor me. Dath zoals hij naast ons zit in zijn witte overhemd met zwarte broek en dan zo’n meisje er naast zoals we er vanmiddag een paar zagen lopen. Op blote voeten en in zo’n lange rok: blauw met oneindig veel tinten rood. Of misschien is het wel een meisje van de Zwarte Hmong. Zo eentje met zo’n zwart kapje op. En dat hij dan op zijn brommer dat dorpje binnen komt rijden. Hoe zou ‘een avond met het meisje’ er uit zien in en tussen (of misschien zelfs wel onder) de hutten van de bergdorpjes rondom Sapa? Zouden hun kinderen later opgroeien in het hotel of zullen ze in hun blootje straks de fotomodelletjes zijn voor de toeristen?
Ben stoot me aan: of ik nog een biertje wil. Ook bij deze ronde Tigers is er weer één voor Dath bij. Hij blijft vertellen van zijn idealen. Hij geeft taalles aan de kinderen in het dorpje van zijn vriendin en hij heeft later grootse plannen om de minderheden te helpen zich te ontwikkelen. We vragen Dath wanneer hij denkt te gaan trouwen. Ah, trouwen! Nee, nog niet. Dat kan nog niet, want hij is nog aan het sparen en hij heeft nog geen geld genoeg voor het feest. Bovendien, ook al is hij dan wat dat betreft door zijn a.s. schoonvader aardig gematst, ook de overeengekomen bruidsschat heeft hij nog niet bij mekaar.
We vragen hoeveel hij hier verdient. 200.000 dong per maand. ‘200.000 dong, dat is 20 blikjes Tiger bier,’ mompel ik in het Nederlands voor me uit. Er valt een stilte. Dath heeft zojuist één-tiende van zijn maandsalaris aan bier aangeboden gekregen. We kijken elkaar verslagen aan. De tafel staat zo langzamerhand vol lege Tiger blikjes. Ik tel in de gauwigheid zo’n twintig bierblikjes en een paar colablikjes. Jelly heeft twee cola-rums-of-wat-daar-voor-door-ging gehad. Een blikje bier kost 10.000 dong. De cola-met-nep-rum kostte 40.000 dong. Hier ben ik duidelijk niet goed in. Hoe rechtvaardig je decadentie? Het is mijn eerste reis naar de armoede, maar dit moet ik dus nog leren. Moet ik dit wel leren? Kun je dit afdoen met dooddoeners als: ‘er is nu eenmaal verschil in levensstandaard’ of ‘hij weet niet beter?’
Nog zoiets: drie uur geleden zaten we nog aan de jungle-pig. We hadden voor de zekerheid maar weer het duurste gerecht van de kaart genomen. Te gek voor woorden natuurlijk, maar zijn we er achter dat je dan, als je dat doet, nog steeds voor een habbekrats, de meeste kans op een voor onze begrippen redelijke maaltijd hebt.
Hoe kijkt zo’n jongen tegen ons aan? Vind je het gek dat je nooit op gelijke voet met de bevolking komt? Deze jongen heeft vanaf het moment dat we binnen kwamen gebogen als een knipmes en zal dat blijven doen. Hoeveel amicale Tigers je ook met hem drinkt. Sterker nog, hoe meer Tigers je hem aanbiedt, hoe meer hij waarschijnlijk zal buigen. We bestellen maar geen Tigers meer.
Meneer Loc en de andere mannen zijn verdwenen. We kletsen nog wat. Mijn vermoeden dat hij nog behoorlijk geschoold is wordt bevestigd. Hij heeft een soort onderwijzersopleiding gevolgd. Als ik hem vraag of hij niet op een andere plaats meer zou kunnen verdienen, zegt hij:
        ‘I cannot leave, because Mr. Loc needs me. I am the only guide he has in the mountains.’
Pardon? Liggen de kaarten zo! Eigenlijk had ik het nog niet eens zo serieus bedoeld en het is er ook uit voor ik er erg in heb:
        ‘If Mr Loc needs you, you ask more money.
         If he does not want that, you say you leave.
         You don’t leave of course, you only say so.’(Mijn Engels dendert altijd achteruit zodra ik in een steenkolenengelse omgeving bivakkeer.)
Hij kijkt me verbijsterd aan. De anderen lachen:
        ‘Yes, Jan is right!’
Dath zit met zijn lege Tiger-blikje in de hand voor zich uit te peinzen. We rekenen af en ik pik stiekem een kaars en een doosje lucifers mee van de bar. Vlak voordat we de trap op willen gaan komt Dath nog snel even naar ons toe. Hij omklemt met zijn beide handen mijn rechterhand.
         ‘Is very good idea. I tell Mr. Loc. Thank you very much.’
Ik weet er niet zo goed raad mee en lach maar wat.
         ‘Good night Dath, see you tomorrow!’
Enigszins ontdaan gaan we naar bed. Nog heel even denk ik aan Dath en zijn in Tigers omgerekende maandsalaris. Veel tijd voor wroeging komt er gelukkig niet.  De vele Tigers doen hun werk en als een blok valt deze rijke patser in slaap.

Als we de volgende morgen vertrekken komt Dath stralend naar me toe.
        ‘I am so happy!’ Zo mag ik het horen, Dath. En waarom ben jij dan zo blij?
           ‘I am so happy because you told me yesterday.’
Ik begrijp zo gauw niet wat hij bedoelt.
           ‘What did I tell you yesterday?’
          ‘Yes, I am so happy because very good idea’
Er gaat bij mij opeens een lichtje branden.
          ‘I will ask Mr Loc about more money
        and if he does not want, I tell him I go away.’
O jee, wat heb ik nu gedaan, denk ik. Met twee handen houdt hij me weer vast. Net zoals die eerste avond onder aan de trap.
          ‘Thank you very much you tell me.
         I am so happy because your good idea.’
Ik zie meneer Loc aan de andere kant van de zaal achter de bar staan. Zoals altijd lacht hij vriendelijk naar alle vertrekkende Nederlanders. Ik ben blij dat Dath nog even gewacht heeft met de boodschap voor meneer Loc. Zeker als hij er bij gaat zeggen dat het 'good idea' afkomstig was van die ene Nederlander. Weet u wel die met die bril op, die van kamer 407.