[Nu uitprinten] - [Geef weer zonder afbeeldingen] - [Scherm sluiten]

Dath

De bar is onbemand, maar als vliegende keeper is daar Dath. Af en toe voorziet hij één van de hotelgasten van een blikje drinken en soms kan hij niet meer voor hen betekenen dan verontschuldigend zijn schouders op te halen.

Tegenover de entree bevindt zich de balie van de receptie. Het massieve blad gaat na enige meters naadloos over in een bar, als zodanig te herkennen aan de achterwand die is voorzien van een sober assortiment aan likeuren, whisky's en andere sterke dranken. Zoals gezegd, de paar meter bar is voor Dath. Ik schat de jongen op een jaar of achttien.
Op het serieuze stuk balie met het rekenapparaatje, het gewichtige boek en een sleutelrek is het de baas die de scepter zwaait. Meneer Loc knikt iedereen die hij in het vizier krijgt uitbundig toe.

De meeste mensen van onze groep hebben zich teruggetrokken op hun kamer. Morgen is ons een lange reisdag beloofd en dat betekent dat de wekker onmenselijk vroeg afgaat. Ook wij zouden er verstandig aan doen om vroeg naar bed te gaan, maar zoals dat zo vaak het geval is, komt, ondanks een gewillige geest, het zwak vlees als overwinnaar uit de bus. Toen we samen de door onze reisleider de bij de balie achtergelaten 'laatste instructies voor vertrek' stonden te lezen, kwamen twee mensen van onze groep de trap af, even later gevolgd door nog een reisgenoot. Nu, vijf minuten later, heeft Dath ons alle vijf van een drankje voorzien.
Toen we ons eerste rondje bestelden, vroegen we Dath of hij misschien iets van en met ons wilde drinken. Nee, nee, maar thank you very much. Hij had geen tijd. Daarna heeft hij een halfuur bewegingsloos voorovergebogen op zijn bar gehangen. Pas als we ons derde rondje bestellen, neemt hij ons aanbod om erbij te komen zitten aan. Het valt me op dat de baas vijf minuten geleden is vertrokken. Dath laat zich zelfs verleiden om, net als de vier andere mannen aan het tafeltje, een Tigerbier te nemen. Glunderend komt hij met een groot dienblad met blikjes en een cola rum aanzetten. We hebben een stoel voor Dath bijgeschoven en proosten op zijn aanwezigheid.
Zeker voor Vietnamese begrippen spreekt Dath goed Engels. Hij vertelt over het werk dat hij in en rondom het hotel doet. Als een van de laatsten kruipt hij 's avonds in zijn bed en als eerste staat hij er 's morgens naast. Verder is hij overdag gids voor toeristen die, net als wij vandaag, in de omgeving aan de wandel gaan. Als we hem vertellen dat we vandaag de dorpjes van de stammen ten zuiden van Sapa hebben bezocht, wordt hij helemaal enthousiast. Dan zijn we vast en zeker in het dorp geweest waar zijn vriendin woont. Hij noemt de naam van het gehucht, maar het komt niemand bekend voor.
Dath heeft verkering met een meisje van een minderheid. Of dat geen problemen geeft, vraag ik hem op de man af. De vraag is gelukkig zo gek niet. Daths moeder behoort tot een minderheid en daar wordt het een stuk gemakkelijker van. Ook aan de andere kant zijn geen bezwaren. Hij heeft het zelfs met zijn aanstaande schoonfamilie op een akkoordje gegooid. Hij buigt voorover over de tafel als hij ons vertelt dat hij niet de gebruikelijk bruidsschat hoeft te betalen, maar slechts een gedeelte ervan. Hij kijkt ons aan alsof hij zeggen wil 'hoe heb ik hem dat geflikt?'
           'You want to know why that is? I do not have to pay so much, because I love her.'
Pas veel later dringt tot me door wat hij hiermee zegt. Gefascineerd zitten we zijn verhaal aan te horen.
Mijn gedachten dwalen af. Naast me zit ober Dath, werkzaam in de horeca. Een jonge vent in een keurige zwarte broek en een smetteloos wit overhemd. En dan een meisje zoals we ze vanmiddag zagen. Op blote, met klei besmeurde voeten en in een lange blauwe rok met veel rode biezen. Misschien een meisje van de Zwarte H'Mong, in donker indigo met een zwart kapje op. Hand in hand wandelend door het dorpje? In Azië lopen geliefden niet hand in hand. Komt Dath op zijn brommer het dorp binnenrijden of moet hij op zijn vrije vrijersavond eerst anderhalf uur lopen? Hoe zou 'een avond met het meisje' eruit zien, in of tussen, of misschien onder de hutten van de bergdorpjes rondom Sapa? Als ze kinderen krijgen, groeien die dan op bij het hotel, of lopen ze schamel gekleed fotogeniek te wezen voor de toeristen?
Iemand stoot me aan, of ik nog een biertje wil.
Bij de nieuwe ronde Tigers is er weer één voor Dath. Dath zit op zijn praatstoel, hij vertelt over zijn idealen. Hij geeft taalles aan de kinderen in het dorp van zijn aanstaande en hij heeft grootse plannen om de minderheden te helpen zich te ontwikkelen. We vragen hem wanneer hij denkt te trouwen. Ah, trouwen... Helaas, dat zit er voorlopig niet in. Hij is druk aan het sparen en het duurt zeker een paar jaar voor hij genoeg geld heeft voor het feest. Bovendien, hij mag dan door zijn schoonvader zijn gematst, ook de bruidschat heeft hij nog lang niet bij mekaar.
Ik vraag hem of hij wil zeggen hoeveel hij verdient. Tweehonderdduizend dong per maand.
           'Dat is twintig blikjes Tigerbier,' mompel ik, alleen maar verstaanbaar voor de Nederlanders, voor me uit. Er valt een lange stilte in de tot nu toe zo geanimeerde discussie. Een blikje bier kost 10.000 dong en Dath heeft zojuist met een nonchalant gebaar van een stel buitenlanders een tiende van zijn maandsalaris aan bier aangeboden gekregen. De tafel staat vol blikjes, zestien om precies te zijn. Jelly heeft twee rondes overgeslagen, maar heeft met haar cola-rums evenzogoed twee keer 40.000 dong achter haar naam staan. Hier ben ik niet goed in. Het is mijn eerste reis naar de derde wereld, dit moet ik nog leren. Hoewel, misschien moet ik dit niet willen leren. Je kunt het niet afdoen met dooddoeners als 'er is nu eenmaal verschil in levensstandaard' en 'hij weet niet beter'. Hij weet heus wel beter, hij ziet het ons toch allemaal achteroverslaan? Een paar uur geleden zaten we aan de jungle pig. Voor de zekerheid hadden we het duurste gerecht op de kaart gekozen. Het is geen wonder dat je nooit op gelijke voet met de bevolking komt. Vanaf het moment dat we een paar dagen geleden het hotel binnenstapten, heeft Dath voor ons gebogen als een knipmes en hij zal dat blijven doen tot we morgenvroeg vertrekken.
We nemen geen Tigers meer.
Mijn vermoeden dat Dath behoorlijk is geschoold, wordt bevestigd als hij zegt dat hij een onderwijzersopleiding heeft afgerond. Op mijn vraag of hij in dat geval ergens anders niet meer kan verdienen, antwoordt hij tot mijn verbazing: 'Yes, I think so. But I cannot leave, because Mr Loc needs me. I am his only guide in the mountains.
Pardon? Liggen de kaarten zo? Ik heb het gezegd voor ik er erg in heb: 'If Mr Loc needs you so badly, you can ask him for more money!' Terwijl Dath me verbijsterd aankijkt, doe ik er nog een schepje bovenop: 'You tell him that if he does not pay you more, you will leave.'
Aan de andere kant van de tafel doet nog iemand een duit in het zakje: 'Yes, Jan is right. No extra money? No guide in the mountains!'
Als we een voor een opstaan, zit Dath met een leeg bierblikje in de hand voor zich uit te staren.
We rekenen af, en hoewel we inmiddels twee uur ononderbroken licht hebben, pik ik een kaars en een doosje lucifers mee. Als we naar de trap lopen, komt Dath naar ons toe gerend. Hij omklemt met beide handen mijn rechterhand.
           'Is very good idea. I will tell Mr Loc. Thank you very much!'
Ik weet er niet zo goed raad mee en lach maar wat.
           'Good night, Dath. See you tomorrow.'

Vlak voordat we de volgende morgen vertrekken, stapt Dath stralend op me af.
           'I am so happy!'
Zo mag ik het horen, Dath. En waarom ben je zo gelukkig?
           'I am so happy, because you told me yesterday.'
Ik begrijp zo gauw niet wat hij bedoelt.
           'Eh..., what did I tell you yesterday?'
           'I am so happy, because, eh..., because your very good idea.'

Er gaat me een lichtje branden.
           'I will ask Mr Loc this afternoon. For more money, like you said.'
           'And if he does not want, I tell him I will leave.'

O jee, wat heb ik gedaan? Met twee handen houdt hij mijn hand vast, net als gisteravond onder aan de trap.
           'Thank you very much. Thank you, eh, you told me.'
Voor de vierde keer zegt Dath dat hij so happy is.
Ik kan, zo uit mijn hoofd, iemand opnoemen die over een paar uur niet meer so happy is. Meneer Loc ziet vanachter zijn paar meter receptiebalie ons één voor één de deur uitgaan. Hij zwaait net zo vriendelijk naar ons als alle voorgaande keren dat we het hotel verlieten.
Het zit me niet lekker. Ik had niet gedacht dat Dath zo voortvarend te werk zou gaan, maar het zij zo. De tip was goed bedoeld en nu is het te laat om in mijn rancuneuze plan nuances aan te brengen. Hij redt zich er maar mee. Ik ben blij dat hij met zijn slechtnieuwsgesprek tot vanmiddag heeft gewacht.
           'Ik had het zelf niet verzonnen, meneer Loc, maar het was een tip van die grijzende meneer met een bril. Kamer 112. U weet wel, die lui die gisteravond met een stel vrienden dat gat in onze voorraad Tigers hebben geslagen.'