[Nu uitprinten] - [Geef weer zonder afbeeldingen] - [Scherm sluiten]

Kleren maken de man

Elk moment kan ze tussen mijn benen door glippen, als een wervelwind dwarrelt ze om me heen. Af en toe roept ze iets naar haar eveneens klein uitgevallen collega die met een kladblokje en pen voor de borst tegen de muur staat geleund.

Het meetlint is zo'n slappe geplastificeerde band met 150 vakjes van een centimeter – tot en met 149 genummerd, de '150' past er niet op. Hoe vaak heb ik uit verveling zo'n ding opgerold als mijn moeder zat te naaien. De stukjes dubbelgeslagen metaal aan de uiteinden moesten de indruk wekken dat het meetinstrument aan een zekere nauwkeurigheid voldeed, terwijl ik altijd het idee had dat je de band met een beetje rekken toch gauw een centimetertje langer kon krijgen. Ik denk dat de toleranties in de metingen die ik op dit moment aan den lijve onderga eerder afleesfouten zijn. Als het meisje het meetlint uitstrekt tot aan mijn nek, moet ze omhoogspringen om de lengte te kunnen aflezen.
Hoi An staat bekend als de stad van de kleermakers. Je kunt je er voor een habbekrats in de kleren steken. Broeken, jasjes, overhemden, blouses, nachtgewaden, noem maar op. Niks confectie, alles jouw op het lijf geschreven. Van de prachtigste glimmende zijde. En wat te denken van half zijde half katoen? Een driedelig maatkostuum van de duurste stof kost rond de vijftig gulden en als je de tekst op het stuk karton aan de wand mag geloven, kun je het dezelfde avond meenemen.
Ongetwijfeld zal de ene kleermaker in Hoi An de andere niet zijn, maar onze keuze voor The Galaxy was willekeurig. De meisjes bij de ingang waren onweerstaanbaar. De visitekaartjes die ons direct bij de eerste kennismaking werden overhandigd, maken duidelijk dat The Galaxy officieel Fabric and Tailor Shop Ngan Ha 2 heet. Waar de '2' op slaat is niet duidelijk.
Op een tafeltje ligt een stapel modetijdschriften. Langs de wanden zijn de stoffen tot aan het plafond opgestapeld. Ik wist het niet, maar je hebt Vietnamese zijde, Japanse zijde, Thaise en Chinese zijde. En ruwe zijde, waar die maar vandaan mag komen. Elke variatie is in alle denkbare kleuren leverbaar. Het is de bedoeling dat je aan de hand van een foto in één van de modemagazines het kledingstuk aanwijst dat je voor jezelf in gedachten had. Daarna is het slechts een kwestie van de gewenste stof kiezen. Mijn vrouw bladert wat langer in de tijdschriften, maar ik heb het snel gezien. Welke Clooney-achtige playboy ik kies, om mijn lijf kan het alleen maar tegenvallen.
Ik neem een colbert van katoen, een pak van zijde en twee overhemden van ruwe zijde. Terwijl de meiden aan het meten zijn, vraag ik me af waarom ik zo nodig een kostuum moet, maar wie weet ligt er binnenkort een chique bruiloft, dan wel een begrafenis in het verschiet. Aangezien ik zijde heb gekozen, moeten de evenementen, als het een beetje geregeld kan worden, wel in de zomer vallen.
Met betrekking tot het colbert heb ik nogal wat noten op mijn zang. Niet vier knopen zoals op dat plaatje, maar drie. En vooral geen dubbele rij. En niet twee splitten waardoor je zo'n poepflap krijgt. De klepjes op de zakken moeten naar binnen kunnen en aan beide kanten graag een binnenzak. De omslagen zus en de voering zo en de beide meisjes knikken instemmend bij alles wat ik zeg. Wat me zorgen baart, is dat van alle wensen niets wordt genoteerd. Het enige wat er uiteindelijk op het papier staat, is een paar getallen. Het velletje met de maten wordt van het kladblokje gescheurd en met een speld op de gekozen stof geprikt. Ook Jelly wordt opgemeten en dat was het dan en vanavond is alles klaar, 'bye bye!'.
Wacht even, dat lijkt me helemaal niks! Waarom haastige spoed terwijl we drie dagen in Hoi An zijn?
           'First we try clothes. Tomorrow. And after that you finish them, okay?'
           'Yes, no problem.'
           'So don't sew it! You finish the clothes after we have tried them, okay?'
           'Yes, yes. Don't worry.'

De dames doen niet anders dan instemmend knikken. Ik heb de indruk dat het kwartje toch is gevallen. We zullen het morgen zien.
           'See you tomorrow!' roepen ze ons na als we weggaan.

Als we na een langdurig bezoek aan ons stamcafé Treats rond middernacht door de Hoang Dieu lopen. brandt, als enige in de hele straat, bij onze kleermaker nog licht. De meisjes die ons vanmorgen de maat hebben genomen, zitten in het ongezellige tl-licht sip voor zich uit te kijken. Tot wij uit het donker tevoorschijn komen. Ze springen tegelijk omhoog en wenken en wijzen op de stapel kleren naast één van de krukjes.
           'Nee, hè,' verzuchten we tegelijk.
Ik vraag of het geen tijd is om te gaan slapen. Ik heb de indruk dat ze dat inderdaad vinden, maar ze hebben op ons gewacht.
           'We waited for you to try clothes,' roept het meisje van het kladblokje enthousiast.
De meisjes hebben ons vanavond natuurlijk het stadje in zien gaan. En terwijl de hele klerenmakende middenstand van Hoi An al uren op één oor ligt en wij het happy hour van het Treat's Café tot de laatste druppel hebben uitgebuit, hebben zij op ons zitten wachten. Het kon niet anders dan dat we, om bij ons hotel te komen, ooit over de brug en dus door dit laatste stukje van de Hoang Dieu terug zouden lopen.
Zoals bij de meeste winkels in Vietnam bestaat de façade uit één groot rolluik. Is het hekwerk omhoog dan is de winkel open en is de ruimte min of meer één met de straat. Pashokjes hebben ze bij Ngan Ha niet en onder de felle tl-buizen gaan we uit de kleren. Niet zo lang geleden stond ik midden in de nacht in mijn onderbroek op een verlaten perron ergens halverwege Hanoi en Hué, bedenk ik. Het voelt alsof we om half één 's nachts, ten aanschouwen van de laatste nachtbrakers van Hoi An een lingerieshow ten beste geven. Je zult zien dat de laatste die hards uit onze kroeg straks langskomen.
Voorzichtig vanwege de spelden hoeven we niet te zijn. Alles is klaar, geperst en al. Potverdikke, wat hadden we afgesproken! Geïrriteerd en sceptisch trekken we onze nieuwe spullen aan. De overhemden zijn perfect. Zowel mijn colbert als het jasje van het kostuum trekt bij de schouder. Ook plooit het colbert lelijk bij de linkerzak. En de broek moet nauwer. Jelly's jasje is te ruim op de rug. Als we zeggen wat ons niet bevalt, knikken ze allebei net zo heftig als vanmorgen, maar ze schrijven weer niets op.
           'You come back tomorrow morning. At ten o'clock everything ready.'
Ze zwaaien ons net zo vriendelijk uit als eerder vandaag.
Om één uur stappen we binnen bij het Pho Hoi 2 Hotel.

Tot onze verbazing zijn de volgende morgen alle mankementen zo goed als verholpen. Alleen mijn colbertje is nog niet zoals het hoort en ook het jasje van mijn vrouw kan beter. Het kost ons grote moeite om de dames duidelijk te maken wat wij vinden dat eraan mankeert. Met zijn tweeën hangen ze aan de linkermouw van mijn colbert om de schouder in model te krijgen.
Ik vraag of we misschien de kleermaker zelf kunnen spreken. De meisjes overleggen koortsachtig. De kleermaker zit blijkbaar in een of andere uithoek van Hoi An. Als vanuit het niets verschijnt plotseling een jongen. Hij smoest even met de meisjes, daarna stapt hij op een brommer en scheurt weg.
Vijf minuten later is de koerier terug met de kleermaker. Voor de vierde keer in ruim vierentwintig uur gaan we bij de Fabric and Tailor Shop Ngan Ha 2 uit de kleren. Je moet er wat voor over hebben om straks thuis te kunnen zeggen dat je niet in een C&A'tje, maar in een echt maatpak van Vietnamese zijde loopt. Met een stompje krijt tussen de tanden loopt de man om ons heen. We hoeven helemaal niets te zeggen. Af en toe neemt hij afstand, tuurt met een toegeknepen oog naar het mankement en zet een paar snelle krijtstrepen. We hebben onze eigen plunje nog niet aan of de kleermaker zit alweer op zijn brommer. Met onze nieuwe kleren onder een arm geklemd, verdwijnt hij om de hoek.
We zeggen tegen de meisjes dat we tegen het eind van de middag weer langs komen en gaan de stad in.

Als we vanaf de markt de Tran Phu oversteken naar de Quan Cong Pagode, scheert een brommer rakelings achter ons langs. De bestuurder roept iets naar ons. 'De kleermaker!' roepen we tegelijk.
Onder zijn arm wapperen mijn colbert, het kostuum en alle andere aankopen in de wind. Tussen zijn tanden heeft hij opnieuw, of misschien nog steeds, zijn kleermakerskrijtje geklemd. Omdat hij zijn handen niet kan gebruiken, knikt hij uitbundig met zijn hoofd in de richting van de winkel. Als we bezweet en voor de zoveelste keer bij The Galaxy naar binnen stappen, zit de kleermaker op een van de krukjes op ons te wachten.
Het is niet te geloven. Alles zit perfect. De man is geen halfuur weg geweest. Hij heeft alles los moeten halen, inclusief de voeringen en hij heeft de hele zaak opnieuw moeten naaien en persen. Verbijsterd kijken we elkaar aan. De meisjes lachen tevreden.
We geven de kleermaker een hand. Voor de gelegenheid haalt hij zelfs het krijtje uit zijn mond. Maar niet voor lang. Als hij, nadat hij met veel moeite zijn brommer heeft gestart, wegscheurt, heeft hij zijn krijtje weer stevig tussen zijn tanden geklemd.