Same same, but different
We zijn na een regelrechte ramprit in ons oncomfortabele minibusje een paar uur geleden aangekomen in Nha Trang en hoewel het al negen uur is, besluiten we toch nog maar even de stad in te gaan.
Per slot van rekening hebben we nog helemaal niet gegeten en de perspectieven op een goede hap zijn in dit hotel ook niet erg gunstig. We willen een fietstaxi of een taxi nemen, maar zien juist dat onze chauffeur in ons ellendige busje stapt. We vragen of hij naar het centrum gaat en of we mee kunnen liften.
‘OK, no problem.’
Ofschoon ik de ribbels van de bank nog in mijn billen heb staan is een lift naar de stad, al is het dan met het vermaledijde Toyotabusje, ook wel aantrekkelijk. In elk geval zitten we nu ruimer dan een paar uur geleden en het grootste genot is dat je niet vijf minuten met een taxichauffeur hoeft te soebatten over de prijs.
Het duurt echter wat langer dan we hadden gedacht. De rit leidt langs vele omwegen, want het blijkt dat de chauffeur eerst nog even drie boodschapjes moet doen. Irritant, maar ook wel weer schitterend.
Volkomen relaxed legt de man zijn bezoekjes af. Rustig staat hij ergens tien minuten te kletsen. Af en toe komt hij even naar het busje waarin wij zitten te wachten en lacht ons door het raampje vriendelijk toe. Als het even later wel erg lang duurt, komt hij een paar keer naar ons toe, zegt ‘one minute’ en verdwijnt weer. 'Beggars can’t be choosers', en dus wachten we geduldig tot we verder gaan.
Na alle omzwervingen zijn we na drie kwartier eindelijk enigszins in de buurt van het centrum. Lopend was het een half uur geweest, schat ik. We geven hem een paar duizend dong. Daar had hij niet op gerekend. Na aanvankelijk protesteren neemt hij het uiteindelijk toch aan en vraagt hoe laat hij ons weer op moet halen. Nou nee, prima aangeboden, maar dat hoeft echt niet!
De straten zijn stil in Nha Trang. Nha Trang is een belangrijke badplaats, maar als je door de straatjes loopt die wat verder van het strand liggen is er niet zo veel meer te beleven. Aan het eind van de straat zien we aan de overkant een restaurantje. Als we oversteken zitten ze aan het tafeltje voor zich uit te staren: vier meisjes, vrouwen? Ik kan Aziatische vrouwen altijd moeilijk op leeftijd schatten. Tussen de twintig en dertig denk ik. Wachtend op het onwaarschijnlijke, namelijk klanten voor hun restaurant. De realiteit dringt pas echt tot ze door als we al zijn aangeschoven aan één van de vrije tafeltjes. Hoewel, vrij tafeltje, de hele tent is volledig uitgestorven. We zijn met z’n vieren de enige gasten en waarschijnlijk geldt dat voor de hele avond. Vier man bediening op vier klanten. Typisch Vietnam. Als door een wesp gestoken schieten ze overeind. ‘Hello, hello, hello, hello!’
Al is het Engels niet zo best, we raken toch aan de praat. Als ik het goed heb begrepen zijn drie van de vier dames zusjes. We begrijpen ook dat moeder al is overleden toen ze heel klein waren. Snel even rekenen, de oorlog? Misschien obsedeert de oorlog ons als toeristen wel meer dan de Vietnamezen zelf, maar toch maar even vragen. Nee dus, moeder was erg ziek geweest. Of moeder dit restaurantje al had of dat de zusjes dit later hebben opgezet wordt ook niet duidelijk. En vader dan? Geen tijd voor. We moeten bestellen.
Eerst maar een bier. Iedereen wil bier, zelfs Jelly. Vier extremely cold Tigers graag. Ze wil best Tiger bier brengen, maar of we wel weten dat San Miguell bier in de aanbieding is? Ze wijst op een bord aan de wand: de tweede is gratis. Nee, dat wisten we niet. Wat we wel weten is dat San Miguell nog lekkerder is dan Tiger, dus afgezien van de aanbieding, vier San Miguells graag! Alle vier de dames in de weer voor vier flessen bier voor vier gasten.
Voor de broodnodige variatie besluiten we een keertje niet-Vietnamees te eten. Nauwlettend gadegeslagen door het bedienend kwartet bestuderen we de menukaart. Onder het kopje Italian kun je zowaar kiezen uit spaghetti of macaroni, en dan ook nog met twee verschillende sausen: bolognese of carbonara.
Jelly bestelt spaghetti bolognese en ik neem macaroni bolognese. Na een kwartiertje komt Jelly haar spaghetti, even later gevolgd door ook een spaghetti voor mij. Dit klopt dus niet, maar laat ik nog maar even wachten met protesteren. Als later ook de andere bestellingen verschijnen informeer ik toch even waarom ik spaghetti krijg, terwijl ik macaroni had besteld. Het enige antwoord dat ik krijg is:
‘Same same, but different.’
Als ik vervolgens vraag:
‘Why then do you have them both on the menu?’ is het stralende antwoord:
‘Yes!‘
Same same, but different. Deze vier woorden verwoorden voor mij mijn hele kennismaking met Vietnam, met de Vietnamees, met zijn leefwijze en met zijn mentaliteit. Misschien gaat het beeld dat ik heb gekregen van de Vietnamees wel op voor alle Aziaten, maar de Vietnamezen zijn de eersten die ik in Azië tegenkom.
Die blik in haar ogen en in de ogen van de zusjes naast haar. Wat nou spaghetti of macaroni? Is toch allebei pasta, of niet? Hoe beleefd en gedienstig ze ook waren, mijn opmerking werd eigenlijk niet eens serieus genomen. Ha-ha! Spaghetti of macaroni! Beste meneer, waar maak je je nou druk om? Inderdaad, ik heb het me vier weken lang gerealiseerd. Waar maken wij westerlingen ons nou eigenlijk druk om? Niet eens een verontschuldigend gebaar of iets wat daar voor door moest gaan. Zo vanzelfsprekend was het dat deze ‘klacht’ te onnozel was om over te praten.
Zou de bolognese saus ook dezelfde zijn geweest als de carbonara saus, bedacht ik een paar dagen later. Jammer, te laat om uit te proberen. Same same, but different. Geweldig toch!
Onder het eten worden we onophoudelijk aangestaard. Ze tellen ons de happen in de mond. Als je even van je bord opkijkt en ze toelacht, lachen ze spontaan met z’n vieren terug.
Als we te kennen geven dat we willen vertrekken betrekken alle vier de gezichten. Het volgende probleem dient zich aan. Ze hadden namelijk nog wel zo gezegd dat de tweede San Miguell gratis was en nu willen we vertrekken, terwijl we alleen nog maar de eerste hebben gehad. Nee lieve schatten, we willen echt geen tweede. Niet alleen voel ik me nog steeds beroerd, maar ook de anderen hebben het wel gehad voor vandaag. We laten het, bij wijze van uitzondering, vanavond bij één halve liter. Hoe moet dat nu? Of we echt niet nog ééntje willen en of we echt wel door hebben dat hij gratis is! Ten einde raad stelt één van de zusjes voor dat we dan morgenvroeg maar terug moeten komen voor de gratis San Miguell.
Het is toch echt aandoenlijk hoe oprecht en hartelijk deze mensen zijn. Of we morgen terug willen komen voor de gratis fles bier. Is dit naïviteit? Helaas zal die dan verdwijnen als met het toerisme, zelfs ook bij deze lieve mensen, de commerciële uitbuiting zijn intrede zal doen. Of is het een definitieve karaktertrek van Vietnamezen, zelfs bestand tegen bijvoorbeeld Australische toeristen? De tijd zal het leren. De tijd zal het heel gauw leren, vrees ik.
We worden door een fietstaxirijder voor het hotel afgezet. Hoewel het nog maar elf uur is, is er weinig leven meer te bekennen in ons hotel. Er brand een schemerig lampje in de hal en op de balie bij de receptie ligt een briefje van onze reisleider Robbert met de mogelijkheden voor de volgende dag. Naast de telefoon ligt een berg sleutels. Ik vis nummer 14 er uit en vraag me af hoeveel zin het op deze manier heeft om je kamer op slot te doen en je sleutel bij de receptie af te geven.
Als we langs de tafeltjes op het binnenplaatsje lopen zien we dat onze chauffeur ook al weer is gearriveerd. Hij drinkt in z’n eentje een Vietnamees biertje van het goedkoopste merk dat er te krijgen is. Misschien hadden we onze vier gratis San Miguells wel mee kunnen nemen, bedenk ik als we hem welterusten wensen.