Als we met zijn vieren in een café een drankje bestellen, blijkt dat in dit oude, toeristische deel van de stad niet alleen de perfecte hotelbedden, maar ook de prijzen van de consumpties op de toeristen zijn afgestemd.
Ze hebben gelijk, wie zich gedraagt alsof hij het breed kan laten hangen, zal het ook zo breed hebben dat hij van een halve dollar meer of minder voor een biertje niet gek opkijkt. Overigens bestaat de clientèle in het nogal westers aangeklede café niet alleen uit toeristen. De Vietnamezen die er zitten, moeten het op een of andere manier iets verder hebben geschopt (of misschien dat ze iets verder zijn geschopt) dan hun gemiddelde landgenoot.
Neem de vrouw aan het tafeltje naast de bar. Ze houdt geen oog van me af en elke keer als onze blikken elkaar treffen, glimlacht ze me vriendelijk toe. Hoewel ze met een andere vrouw binnenkwam, is ze nu alleen. Ik probeer zo nu en dan zo nonchalant mogelijk haar kant op te kijken, maar haar fixerende blik is onontkoombaar. Het wordt bijna irritant zoals ze me aanstaart, maar aan de andere kant heeft het wel wat. Op mijn leeftijd. Uitgesproken mooi zou ik haar niet willen noemen, ze heeft een veel te brede mond. Ik heb in Vietnam prachtige vrouwen gezien, maar daar hoort deze dame niet bij.
Ik stoot Ben aan: 'Ik geloof dat ik sjans heb.' Zijn oordeel is vernietigend: 'Met die breedbekkikker aan de overkant?' Jammer, Ben. De kift natuurlijk. De Nederlandse dames mogen over het algemeen niet onmiddellijk voor mijn charmes vallen, maar deze Vietnamese heeft in elk geval snel door wat lekker is.
Mijn euforie is van korte duur. Misschien heb ik net één keer te vaak vriendelijk teruggeglimlacht, want inmiddels zit ze naast me. Hoewel, naast me, als de ruimte tussen mijn benen en de onderkant van het tafelblad het had toegelaten, was ze op mijn schoot gaan zitten.
Mijn flirt is een prostituee. En Ben heeft gelijk. Telkens als ze naar me lacht, en dat doet ze voortdurend, ontsieren twee rijen zwarte tanden haar veel te brede mond. Zo van dichtbij kan de make-up niet verhullen dat ze de jongste niet meer is. Ik zit in mijn korte broek en onzichtbaar voor de anderen strijkt ze over mijn blote been. Een dikke week geleden hielden we een fotostop op het hoogste punt van de schitterende Hai Van pas. Toen ik op het muurtje zat van het monument dat het hoogste punt markeert, kwam er een Vietnamees naast me zitten. Ongegeneerd ging hij stijf tegen me aan zitten en terwijl zijn kameraad een foto van ons maakte, kon hij de verleiding niet weerstaan om een paar keer over mijn harige benen te aaien. Zoals de meeste Aziaten was hij zelf waarschijnlijk niet bedeeld met enige haargroei van betekenis en was de verleiding te groot om de haartjes van deze merkwaardige buitenlander op hun echtheid te testen. Ik denk dat deze dame inmiddels heel wat harige mannenbenen onder handen heeft gehad.
Als ik, eerder om me een houding te geven dan dat ik zo nodig een slokje bier wil, mijn glas pak, legt ze haar hand op de mijne. We zitten aan een langwerpig tafeltje. Links van me zit Ben, recht tegenover me Wil. Jelly zit diagonaal het verst bij me vandaan. De man waarvan het dus het minst waarschijnlijk is dat hij bij de enige vrouw in het gezelschap hoort, ben ik. Ze laat mijn hand los en aait over mijn arm.
'We can be very happy tonight,' fluistert ze in mijn oor.
Zoiets had ik al gedacht. Ik heb een paar keer haar hand teruggelegd, maar blijkbaar ben ik niet duidelijk genoeg. Mijn tafelgenoten, inclusief mijn vrouw, zitten geamuseerd toe te kijken hoe Jan zich hier uit gaat redden. Veel variatie in haar verleidingen heeft ze niet, althans niet in het verbale deel tot nu toe. Ze slaat een arm om me heen en zegt: 'I can make you very happy tonight.' In Saigon zijn, misschien aan hetzelfde tafeltje in deze bar, waarschijnlijk talloze Amerikanen voor de twijfelachtige charmes van dit soort dames gezwicht. Voor een aantal is het niet alleen de laatste happy night, maar sowieso de laatste night geweest.
De mannen zitten geamuseerd te gniffelen en hoewel aan de overkant ook Jelly me bemoedigend toegrijnst, ben ik het gefrunnik zat. Ik heb me van haar af gedraaid en als ze me voor de derde keer verzekerd dat ik met deze lichaamstaal beslist een memorabele happy night dreig mis te lopen, laat ze plotseling los. Ze heeft gelijk, het houdt een keer op. De liefde kan niet voortdurend van één kant komen. Tijd is geld en zo te zien geldt dat ook voor een hoer in Ho Chi Minh-City.
Mijn vlam laat nog één keer haar verrotte tanden zien en vertrekt. Ze kijkt heel even zoekend om zich heen en verlaat het café.