Olifant
Wat zijn olifanten geweldige beesten! Iets genuanceerder misschien: wat zijn de tamme, gedresseerde olifanten van Chitwan geweldige beesten! Ik ben er een beetje verliefd op geworden.
De gids vertelde gisteren tijdens de avondwandeling dat het nogal wat kost om een olifant te onderhouden. De aanschaf van zo’n getrainde olifant kost gemiddeld 3000 euro, waarna het beest voor de rest van zijn lange leven ook nog even elke dag 300 kg aan voedsel en 200 liter water naar binnen werkt. Verder heeft elke olifant een vaste trainer en twee verzorgers.
De olifanten hier, hoe kan het anders, zijn Indische olifanten, niet te verwarren met Afrikaanse olifanten. Alleen de Indische olifant is te trainen; met zijn Afrikaanse soortgenoot schijnt niets te beginnen te zijn. Na een training van twee jaar is de Indische olifant met één simpel stokje te bedienen en te besturen. De spreekwoordelijke dikhuid schijnt toch nog 90 gevoelige zenuwpunten te hebben die, na zo’n training dus, bij aanraking een bepaalde actie veroorzaken. Zo zal hij bij een tikje met de stok tegen een bepaalde plek aan de achterkant van zijn voorpoot, deze optillen zodat je er op kunt stappen. Een tik op weer een ander plekje betekent dat het beest moet knielen of zitten of liggen of rollen of weet ik wat.
De berijder heet in India de mahout en in Nepal de pahit. Hij zit op de nek van het beest en door met zijn knieën op bepaalde plekken achter de grote oren te drukken kan hij hem sneller of langzamer laten lopen en op deze manier is het beest ook volledig bestuurbaar. De meeste olifanten worden in India getraind en vervolgens met trainer en al in Nepal geïmporteerd. De Indiase mahout zal daarna nog drie jaar lang de Nepalese pahit moeten inwerken. Daarna blijft deze nieuwe trainer zijn hele leven, dan wel de olifant zijn hele leven, bij diezelfde olifant.
Naast de stok is er, zo te horen, ook nog de stem. De commando’s zijn bedoeld om de instructies van het stokje kracht bij te zetten. Te oordelen naar het geschreeuw van de pahit naast me is de kwaliteit van het gehoor van zijn olifant niet evenredig met de afmetingen van de oren. Hij moet er aardig tegen praten om de kolos op zijn achterste te krijgen.
Maar wat ik zei: ik vind ze schitterend! Een olifant is echt genieten, dat is te zeggen, als je als toerist je beperkingen kent.
Toen er namelijk vrijwilligers werden gevraagd om voor het zgn. olifantenwassen, zonder zadel, op een olifant naar de rivier te rijden moest ik zonodig van de partij zijn. Hoewel het beest groot genoeg voor me stond had ik me toch een beetje op de anatomie van het gevaarte verkeken. Zoals ook bij de meeste mensen, is ook bij de olifant de nek dunner dan de romp. Je moet dus zorgen dat je zo ver mogelijk naar voren komt te zitten. Het beste plekje is dus op zijn nek, vlak achter de oren. Hoe verder je naar achteren komt te zitten, hoe verder je dus je benen zult moeten spreiden om te kunnen zitten. Ik kwam hier net niet snel genoeg achter. Er mochten maximaal drie mensen mee en, inderdaad, ik was de achterste.
Alleen al het opstappen is een kunst op zich. Op commando gaat de grote kolos op zijn knieën zitten. Vervolgens gebruik je zijn linker achterpoot als trappetje en trek je je aan zijn staart omhoog. Ik probeer te gaan zitten op het hoogste punt van de bolle rug en ik snap niet hoe je in vredesnaam met één been aan elke kant op zo’n beest kunt zitten zonder, op je vijftigste nog, een dubbele heupluxatie op te lopen.
Ook is het bij nader inzien sterk af te raden om in korte broek, met blote benen, op een olifant te gaan rijden. Het voelt alsof iemand met twee harde bezems de binnenkant van je billen afborstelt.
Wat een kwelling! We zijn het pad nog niet af of ik heb al spijt als haren op mijn hoofd. Afstappen is geen denken aan. Het heeft de nodige toeren gekost om er bovenop te komen en voor de afdaling zal het beest eerst wel weer op de knieën moeten. Bovendien, om nu deze laatste paar dagen nog als watje te boek te staan. Ik verbijt me en probeer het vol te houden tot aan de rivier.
Onder het lopen demonstreert de trainer van de lege olifant naast ons nog even een alternatieve manier om bovenop te komen. Hij tikt op de grote kop, waarop het dier zijn slurf naar voren gebogen houdt. De man gaat er op staan, de olifant heft zijn slurf en tilt zo zijn baasje voorzichtig over zijn kop en nek heen en het mannetje landt keurig midden op de rug. Daar gaat hij niet zitten, maar blijft hij voor de show nog een poosje als een dirigent met zijn stokje staan.
Ik zit op een dikke wervel en in het ritme van de trage passen schuift dit dikke bot door mijn kont heen en weer. Het is tien minuten lopen naar de rivier maar het lijkt wel een uur. Mijn anus voelt alsof er een vrachtwagen in gekeerd heeft. Reistip voor Nepal: ga nooit op een blote olifant rijden als je ooit last van aambeien hebt gehad of nog steeds hebt!
Jelly loopt vrolijk fotograferend met ons op. Eenmaal in de rivier laat de dikke lobbes zich op zijn kant vallen en kunnen we nog net op tijd in het water springen. We gooien allemaal water over het beest heen en gaan op hem zitten en staan. Zolang hij maar in het water ligt vindt de goedzak het allemaal heerlijk.
Diezelfde middag gaan we nog op een vier uur durende safari in een zgn. howdah, een klein houten bakje bovenop de olifant. We zitten met zijn vieren in de bak, elk op een hoekpunt en wel zodanig dat iedereen een verticale balk tussen de benen heeft.
De tocht in de howdah blijkt net zo’n aanslag op je lichaam te zijn als het rijden op de blote olifant, met dien verstande dat nu je benen, borst en bovenarmen aan de beurt zijn. De kist is zo krap bemeten dat we alle vier stijf tegen de balken aangedrukt zitten. In het schommelende loopritme schuren de planken urenlang over je lijf.
Op deze manier hebben we uren door de jungle getrokken. Al had het voor mij niet zo lang hoeven te duren, het was wel een hele belevenis. De olifant moet soms zo steil de oever af dat het hele bakje verticaal gaat hangen. Op het kritieke moment hangt de bak zo ver voorover dat hij aan de staartkant helemaal los komt van de olifant.
Soms, als het de olifant te steil wordt gaat hij op zijn buik liggen en laat hij zich zo naar beneden glijden. Een enkele keer durft het arme beest niet naar beneden en moet de berijder heel hard schreeuwen en moet hij druk met zijn stok in de weer om hem toch zo ver te krijgen. Het valt me op dat hij dan het beest niet slaat, maar dat hij heel snel met de stok over zijn kop heen en weer wrijft. Blijkbaar is dit een signaal dat vertrouwen in de situatie moet bewerkstelligen.
We gaan dwars door de bush en de takken slaan ons in het gezicht. De grond is soms zo drassig dat de olifant uit alle macht zijn poten één voor één uit de blubber moet trekken. Kilometers lang horen we onder ons het zuigend geluid van de machtige poten.
Onze bovenarmen zijn inmiddels helemaal blauw van het geschuur en gehobbel tegen de rand van de bak Mijn billen zijn volledig doof en volkomen geradbraakt komen we tegen de avond weer bij onze huisjes aan. Als de olifant ons allemaal vanuit de vervloekte bak over zijn kop en slurf naar beneden heeft laten glijden, strompelen we naar onze appartementen.