[Nu uitprinten] - [Geef weer zonder afbeeldingen] - [Scherm sluiten]

De Bataks in Dokan

Als we de berg af lopen zien we beneden Dokan liggen. Links het oude gedeelte met de karakteristieke Batak huizen. Rechts de bruin-grijze mozaïek van de golfplaten daken van wat je de nieuwbouwwijk zou kunnen noemen.

Ik wou overigens dat ik de alleenverkoop had van golfplaten in Indonesië, maar dit ter zijde. Deze roestige aanblik geeft de indruk van een krottenwijk. Ten onrechte, want armoedig zijn de huizen niet en armoedig zijn ook de bewoners niet. Dat geldt trouwens voor alles wat ik op het platteland heb gezien. Ben je arm als je niets hebt, vraag ik me steeds af. De mensen, veel mensen, hebben inderdaad helemaal niks. Een paar potten om in te koken, een paar borden en wat bestek. Een olielampje, een kleedje, een paar plastic krukjes en een houten bak met een deken. Dat is in grote lijnen de inventaris. Veel meer hebben ze niet en meer hebben ze ook niet nodig. Is er stroom dan is er ook bijna altijd een oude TV met soms zelfs een videorecorder. De TV is blijkbaar de eerste levensbehoefte als je in betere doen bent. Dat er maar één sneeuwzender op te ontvangen is, maakt niet uit.

We zijn in het land van de Karo Bataks, de meest noordelijke van de Batak stammen. Meer naar de kant van het Toba meer, en vooral het eiland Samosir, heb je nog de Toba-Bataks. Verder de Papaks in het westen en nog een vijftal kleinere groeperingen die ook tot de Bataks kan worden gerekend.

Er gebeurt niet zo heel veel in Dokan, is mijn eerste indruk. Als we het oude dorp binnenlopen worden we op de inmiddels gebruikelijke manier begroet. Een vriendelijke smile van de ouderen en een uitbundig ‘Hello Mister!’ van de kinderen. De dames vallen hier altijd een beetje tussen de wal en het schip. Ook voor hen geldt blijkbaar het Hello Mister!

We gaan met z'n allen op bezoek in een traditioneel Batak huis. Een gigantisch zwart houten bouwwerk met de voor deze stijl zo karakteristieke, gebogen noklijn met de uitgebouwde punten. Als dakbedekking is hier nog de idjoek, de palmvezel, gebruikt. Nog wel. Steeds vaker verschijnen ook op de oude traditionele huizen golfplaten. Ook gebeurt het regelmatig dat het houtsnijwerk van de voorgevel wordt verkocht aan toeristen. Commercie maakt ook hier meer kapot dan je lief is.

Het huis is gebouwd op palen. De eerste verdieping begint zo'n anderhalf à twee meter boven de grond. Dit heeft verschillende redenen. Volgens het animistische geloof zijn de goede geesten letterlijk verheven boven de kwade geesten: een verdieping hoger dus en de boze geesten horen daarom dus onder het huis. De ruimte onder het huis is ook de plaats voor het vee. Het huis heeft één opening aan de voorkant en één aan de achterkant. Op deze manier is het dus ook minder toegankelijk voor ongewenste bezoekers. We moeten hier weer eerder denken aan spirituele bezoekers dan aan wat wij onder inbrekers verstaan. Opvallend dat bij ons in Nederland, ondanks al onze geraffineerde inbraakbeveiligingen, de kwade geesten vrij in en uit kunnen lopen. 

We klimmen achter elkaar aan het laddertje op en duiken door het gat de duisternis in. In het huis wonen op deze ene grote verdieping acht gezinnen. De oude vader en moeder zijn zowel letterlijk als figuurlijk het middelpunt. Als twee vorsten, en eigenlijk zijn ze dat ook in dit dorp, zitten ze in kleermakerszit in het midden van de lange wand. In een hoek zit een vrouw in een houtvuur te porren. Aan de andere kant wordt een baby verschoond. Ik kan het aardig met mijn familie vinden, al lopen we elkaar de deur niet plat, maar je moet er toch niet aan denken dat je met je ouders en nog zes familieleden en hun kinderen in één vertrek moet wonen. De enige privacy die je hier hebt is op het slaapmatje achter het te korte gordijntje.

Onze gids Nordin heeft zijn taak even over moeten dragen aan een gids uit het dorp. Zoals overal in dit land: iedereen pikt een graantje mee. Helaas is zijn Engels dermate slecht dat Nordin regelmatig moet bijspringen. Hij vertelt hoe elk gezin zijn eigen financiën beheert. Als er voor meerdere gezinnen tegelijk wordt gekookt dan worden de ingrediënten keurig verrekend. We vragen hoe oud opa en oma zijn. De gids vraagt het aan ze. Uiteindelijk komt het antwoord bij Nordin terecht die lachend zegt:

            'Eighty-four. But two weeks ago he said that he was eighty-six.

             I think he just does not know.'

Ik vraag of dit geen brandgevaarlijke situatie is met dat open vuur en een dak van palmvezels. Nee juist niet. Hoe het precies zit weet ik niet maar het schijnt dat de dagelijkse portie rook en roet de hardhouten balken en spanten zodanig impregneert dat het bijna onbrandbaar wordt. Bovendien zorgt het open vuur in het huis er voor dat er geen mug te bekennen is. Duidelijk is weer dat, hoe primitiever de leefwijze, hoe effectiever hij is. Naarmate je verder van de natuur verwijderd raakt moet je zo'n beetje een kwadratisch aantal kunstgrepen in huis halen om je staande te houden. In plaats van horren, muggenstekkers en liters DEET, gewoon een open vuur aan het voeteneind van je bed. 't Is dat ik niet 100% zeker weet of het mijn nachtrust ten goede zal komen……

We trekken onze schoenen weer aan en kruipen door de opening bij de trap weer naar buiten. Nauwelijks sta ik onder aan het laddertje of iemand pakt me bij de hand. Terwijl de man me mee trekt proberen we er achter te komen wat de bedoeling van deze ontvoering is. Ik moet een foto maken. Waarvan is nog onduidelijk. Onderweg maak ik me nog even vrij om een fotootje te maken van een paar schakende mannen in een hokje dat waarschijnlijk voor het plaatselijke café door gaat. Ook leuk, maar ik moet nu wel weer met hem mee komen. Na een paar keer links en rechts zijn we er. Voor de opengeslagen hekwerkdeuren staan tientallen manden. Sommige leeg, andere gevuld met mandarijnen. In de ruimte ligt een gigantische berg mandarijnen. Ik weet niet of ze volgens bepaalde criteria moeten worden gesorteerd of dat het gewoon de bedoeling is dat de berg in porties van één mand wordt afgevoerd. In elk geval zijn er zes mannen druk mee doende.

Dit was dus de bedoeling. Trots gaat de eigenaar voor de mandarijnenberg staan. Hij trekt zijn hoedje recht en wacht tot ik de foto heb gemaakt. Ik vind het al met al niet zo fotogeniek, maar vooruit, als hij het zo graag wil. Zodra ik heb geflitst pakt hij een stuk papier en een pen en schrijft zijn naam en adres op. Hier moet de foto naar toe en terima kasih! Als ik vraag waar hij woont wijst hij naar het huisje er naast.

Binnen zitten vier vrouwen in een kring op de grond iets te eten. Ik vraag gebarend of ik daar ook een foto van mag maken. De vrouwen knikken maar de mandarijnenman vindt het maar niks, geloof ik. Uiteraard maak ik ook een foto van de dames en zoals altijd beloven we plechtig de foto's op te sturen.

Als we langs een achterweggetje terug lopen zien we een man die midden op straat een vogelkooi aan het verven is. Onder de plank waar de kooi op staat ligt een hond te slapen. Het leukste is dat de beo nog in de kooi zit. Hij schildert alles aan de kooi wit. Zijn hand en de kwast zijn wit, de plank is al helemaal wit. Hij is zo geconcentreerd bezig dat hij, noch de hond, ons opmerkt, zelfs niet als ik een foto maak. De beo is nog niet wit, maar zo te zien is dat slechts een kwestie van tijd.