Bruiloft in Tomok
Vlak voordat we in Tomok de boot nemen naar TukTuk, raken we onverwacht op een bruiloft verzeild. Op het terrein tussen de huizen en de waterkant gebeurt het allemaal.
Nieuwsgierig loop ik zo'n beetje 'half-bescheiden-maar-toch-brutaal' naar de feestende menigte. Aan de waterkant staan gigantische ketels waarin vrouwen staan te roeren. Met een grote schep, groter nog dan die wij in de tuin gebruiken, wordt de rijst uit één van de vaten geschept. De muziek is hard en bijzonder meeslepend. Een sax, twee trompetten, een fluit, een keyboard en het nodige slagwerk. Schitterend. Als dit de muziek was geweest op al de bruiloften die ik in mijn leven noodgedwongen heb moeten uitzitten, dan was mijn aversie tegen trouwpartijen aanzienlijk kleiner geweest, denk ik.
Het centrum van het feest wordt gevormd door een kring dansende mensen. Als een soort polonaise trekken ze, met de klok mee, voorbij aan een buitenste ring van stilstaande gasten. Het is mij niet precies duidelijk wat er allemaal gaande is. Nordin is alweer verdwenen en bovendien is de muziek te hard om wie-dan-ook-maar om uitleg te vragen. Later begrijp ik dat de papieren zakken met rijst die sommige mensen op hun hoofd dragen de (al dan niet symbolische) cadeaus zijn. Een soort ceremoniemeester kondigt steeds met veel bombarie tussen de muziek door een nieuwe gift aan. Met een verbeten, bijna agressief gezicht houdt hij de desbetreffende zak omhoog. Iedereen schreeuwt instemmend, althans dit is mijn interpretatie van de show. Daarna zetten plotseling de trompetten weer in en draait de polonaise weer door.
Allemaal zijn ze prachtig gekleed. De mannen meestal in nette kostuums of colberts, de vrouwen in prachtige jurken. Sommigen hebben het haar zo perfect opgebonden en versierd dat zelfs de modepoppen van Singapore Airlines er bij verbleken. Ik wil graag wat foto's van dichtbij maken, maar ik kom er niet tussen. Om me nu, als buitenstaander, met geweld dwars door de eerste rij feestgangers heen te dringen wordt zelfs mij iets te gek.
Dan komt er een mevrouw op me af, pakt me bij de arm en trekt me naar voren. Het is een prachtige vrouw in prachtige kleren. Wat me opvalt is dat ze zo'n perfect gebit heeft. Dat heb ik wel anders gezien in de paar dagen dat ik hier rond loop. Ze heeft een bekend gezicht trouwens. Als ik m'n foto's heb gemaakt zegt ze:
'I saw you this morning in the village. You were standing on the truck.'
Natuurlijk, dat was ze! [Toen er vanmorgen op de heenreis ergens bij een winkeltje een lunch geregeld moest worden, stonden we met zijn allen in de open laadbak van de truck te wachten. Vanuit mijn hoge positie bovenop de truck stond ik een paar foto's te maken en nu herinner ik me opeens weer dat er toen een keurige dame naar het winkeltje aan de overkant liep die me vriendelijk groette. Toen ze weer naar buiten kwam zwaaiden we nog eens elkaar. Het was een mooie, bijna deftige dame. Opvallend vond ik toen inderdaad ook al haar perfecte gebit.]
Ik geef haar een hand en probeer dat op z'n Indonesisch te doen: met twee handen en daarna je hand naar je borst, of liever naar je hart. Hiermee wordt aangegeven dat je de persoon een plaats in je hart geeft. Afgemaakt met een licht buiginkje heb ik het idee dat het dit keer perfect is gelukt.
Ik zou ze bijna vergeten: het bruidspaar waar het allemaal om draait. Figuurlijk dan. Want ze staan een beetje afzijdig van de dansende kring voor zich uit te staren. Ze kijken alsof ze genodigden op hun eigen begrafenis zijn. Geen glimpje kan er af. Eigenlijk is het hele feest niet zo'n blije vertoning. Ik zal later, op Bali, nog voorbereidingen voor een crematie meemaken waarbij het er aanzienlijk vrolijker aan toe gaat. Het mag duidelijk zijn, het huwelijk is een serieuze aangelegenheid.
Ik hoor dat ik geroepen word. Vanaf de boot om de hoek staan ze te wenken dat ik moet komen, omdat we gaan vertrekken. Als ik echter het terrein af wil lopen komt er een jongen op me af en houdt me tegen. Ik gebaar dat ik weg moet, omdat de boot vertrekt, maar hij gaat voor me staan. Dan pas herken ik hem en weet ik wat hij bedoelt. Het is de jongen die me het glas wijn heeft gegeven en of ik eerst even het glas terug wil geven. Ik heb geen glas meer.
'I gave it to our guide. He has given it back to you', gok ik.
Ik kan kletsen wat ik wil, maar hij laat me niet gaan. Waar is Nordin dan toch? Ik roep naar de mensen op de boot dat Nordin moet komen, en wel met het glas, omdat ik hier anders niet weg kom. Na een paar minuten komt Nordin, helemaal slap van de lach, me bevrijden. Voor mij onverstaanbaar legt hij uit dat hij het glas onder de overkapping bij de andere glazen heeft gezet. Nog steeds lachend slaat hij me op de schouder als we loopplank oplopen.