Mijn darmen voelden de hele nacht al niet goed. Als om 5.45 uur de morning call langs komt, ben ik al twee keer naar de wc geweest. En niet om te plassen, al klonk het wel zo, als je begrijpt wat ik bedoel.
Ik beperk het ontbijt tot één van onze eigen crackers en een kop thee. Nou is het moeten overslaan van het ontbijt in Indonesië ook weer niet zo'n straf. Er was weinig animo toen ik mijn hardgekookte ei voor een eventuele liefhebber beschikbaar stelde. Ondankbare schepsels!
Nog een keer naar de wc en dan moeten de rugzakken naar de steiger worden gebracht. Ik wenk de roomboy en geef hem 5000 Roepia voor de afgelopen dagen. Hij buigt als een knipmes en sjouwt in een drafje onze rugzakken naar de boot. Het is bewolkt en koud en het waait hard. Guur Hollands herfstweer, en dat in de tropen. Nog niet alle reisgenoten zijn aanwezig. Ik neem het zekere voor het onzekere en ga nog snel een keer naar het toilet. Als dit maar goed gaat vandaag.
Niet dus.
Ik lig er nog maar net of er komt een mevrouw uit het huis. Vakkundig hijst ze me overeind en, met Nordin in mijn kielzog, strompel ik in de armen van de vrouw naar binnen. Als we binnen komen lijkt het wel of ik droom. In het ruime vertrek staan twee ziekenhuisbedden en kasten met instrumenten en medicijnen. Nu zie ik ook pas dat de mevrouw die me overeind hielp een stethoscoop om heeft. Het stomme toeval wil dat ik gestrand ben uitgerekend op de stoep van, wat we maar zullen noemen een soort dokterspraktijk.
Ik heb weinig in te brengen. Ik moet gaan liggen. Niet op het 'vrouwenbed' met de beenbeugels, maar op het andere bed.
'Tension, tension', roept ze.
Ik versta het verkeerd en wil, zo beroerd als ik me voel, net hevig gaan protesteren omdat ik injection, injection versta. Dat vind ik hier niet zo'n goed idee, maar de bloeddruk opnemen, lijkt me een tamelijk onschuldige actie.
Het gaat al weer wat beter, maar ze vat haar taak serieus op. Bloeddruk aan de lage kant, hartslag OK, het ontbreekt er nog aan dat ik een thermometer in mijn inmiddels behoorlijk geteisterde kont krijg. Ook Nordin levert zijn aandeel. Uit een minuscuul flesje druppelt hij eucalyptusolie op mijn slapen, mijn polsen, mijn voeten en weet ik waar al niet. 'Excuse me', zegt hij als hij mijn shirt omhoogtrekt en mijn borst ook insmeert. Pas enkele uren geleden had hij het middel nog aangeprezen als zijnde een soort Haarlemmer Olie tegen allerlei ongemak. Zo zie je maar.
Als ik weer wat bij mijn positieven ben vraag ik de mevrouw of ze arts is. Ze knikt gretig. Achter haar staat onze Nederlandse reisleidster die met haar wenkbrauwen fronst en Nordin die verontschuldigend glimlacht. Ik weet al genoeg. Arts of geen arts, ik ben blij dat ik even heb kunnen liggen. Ik lig heerlijk, maar we zullen toch weer verder moeten. Het tarief is naar eigen goeddunken. Ik geef haar 10.000 Roepia. Kon wel eens belachelijk veel zijn, ook al ben ik particulier patiënt. We nemen afscheid en één en al eucalyptus stap ik de bus weer in.
Als we een poosje onderweg zijn vraag ik Nordin:
'Was she a doctor?'
Hij moet lachen.
'Oh no Jan, let us say she was a nurse, ha ha!'
Nordin legt uit hoe het geregeld is. Plaatsen die te klein zijn om een arts te kunnen hebben, hebben meestal zo'n 'behandelkamer-met-deskundige' als waar ik per ongeluk terecht gekomen ben. Overkoepelend runt een arts dan een aantal van die dorpen. Het kleine werk, iemand die diarree heeft de bloeddruk opnemen, de pols opnemen en van top tot teen in de eucalyptusolie zetten, dat kan de assistente dan doen. Het lijkt wel of de nieuwe Nederlandse huisartsen-plannen regelrecht uit Indonesië komen. Deze 'assistente' geeft ook medicijnen, en wel, vrees ik, waar zij denkt dat dat nodig is. Officieel is het volgens Nordin verboden op deze manier, maar toch gebeurt het overal zo. Zo langzamerhand vraag ik maar niet meer hoe het mogelijk is dat zoiets als dit gewoon zo is geregeld, terwijl het door de overheid niet is toegestaan.
Ik heb verder van de reis naar Padangsidempuan niet zo heel veel meegekregen. Rond een uur of zes zijn we bij ons hotel in Sipirok, een toeristenoord hoog in de bergen.
Jelly gaat met de groep eten en ik vermaak me in ons kleine batakhuisje met een cup-a-soup en een droge cracker. Heerlijk, en nu maar hopen dat de boel blijft hangen.
De volgende morgen voel ik me niet echt uitgerust. Hoe je van één cracker zes keer naar de wc kunt is me een raadsel. Kortom, het was niet zo'n geweldige nacht.