Bij gebrek aan alternatieven in de omgeving zijn we vanavond, als hele groep, veroordeeld tot de maaltijd in het hotel. Zo langzamerhand heeft de ervaring ons geleerd dat het in dit soort landen vragen om moeilijkheden is, als je met meer dan zes personen tegelijk ergens iets wilt eten.
Zelfs als je met zijn tweeën bent krijg je elke verschillende gang al zelden voor beide personen tegelijk opgediend. Met gezond, maar zoals gezegd, vooral gegrond wantrouwen wachten we op wat er gaat gebeuren.
We hadden, om vijf uur al, schriftelijk moeten opgeven wat we wilden eten. Dat was, zo zei onze Javaanse gids Anton, om te voorkomen dat het een chaos zou worden. Jelly en ik hadden samen besteld:
first 2 tomato soup
then 2 saté
then 1 chicken + nasi putih
1 beef + nasi putih
Ik kan me nog herinneren dat ik de aanwijzingen first, then, enz. er op het papiertje bij heb geschreven.
Precies om zeven uur zitten we, zoals afgesproken, in het restaurant. Met restaurant bedoel ik dan de grote kale ruimte waarin in het midden die ene grote lange tafel staat, met stoelen er omheen. Afgezien van nog een lange tafel tegen de muur, staat er verder helemaal niets. In de hoek staat nog één klein tafeltje met daaraan een Australisch echtpaar. De tafel langs de muur zal trouwens nog goed van pas komen. Een man of tien waren ons al voorgegaan, want die hadden voor half zeven geboekt. Zoals gezegd, deze spreiding was volgens Anton de beste garantie dat we alles op tijd zouden krijgen. De helft van deze mensen heeft, zo te zien, nog helemaal niets voor zich.
Ik bestel voor mij en mijn buurman een biertje. Bintang of Bali Hai? Bali Hai, graag. We zitten nog maar net of Jelly krijgt zo out of the blue een schotel witte rijst geserveerd. Bijna koud, maar vooruit. Ongeveer een kwartier later komt de ober binnen met één tomatensoep. Weer voor Jelly. De witte rijst is nu helemaal koud geworden en we vragen de man of hij dat weer mee terug wil nemen.
'OK, no problem.'
Tegelijk met de tomatensoep zijn er ook twee bieren aangekomen. Het verkeerde merk en merkwaardig genoeg worden ze op de tafel langs de muur achter ons neergezet. Ik wacht nog tien minuten en besluit ze dan maar voor ons te confisqueren. De Australiër heeft gelukkig een kleine flesopener in zijn portemonnee en klaar zijn we. De tomatensoep van Jelly is koud. Net als ze wil protesteren komt de ober met twee porties saté. Komt goed uit, dan kan hij de koude soep gelijk weer mee terug nemen.
'Is cold? Ah, very sorry!'
Ik zeg dat ik ook soep had besteld en de man knikt begrijpend.
We proberen een stukje saté: zelfs niet een beetje lauw, ijskoud. Vijf minuten later komt die ene kom soep weer terug. Eerst was hij voor Jelly, nu is hij voor mij. Zo waar, warm. We zeggen dat de saté koud is. De man knikt weer en neemt beide borden mee terug.
Eén van de twee saté's is binnen twee minuten weer terug. Ik constateer onmiddellijk, nu de man er nog bij staat, dat het vlees nog steeds steenkoud is. Ze hebben er alleen nieuwe lauwe pindasaus overheen gedaan. Per kerende post retour dus maar weer. Het is vooral verbazend te zien hoe deze mensen, zonder ook maar een moment hun humeur te verliezen of geïrriteerd te raken, steeds weer met een grote glimlach de afgekeurde spullen mee terugnemen. Mijn overbuurman heeft inmiddels zijn maaltijd beëindigd en geconstateerd dat hij zijn voorgerecht, de garnalencocktail, nooit heeft gekregen. Ik heb de soep maar met Jelly gedeeld. Als ze me geblinddoekt hadden laten proeven, had ik durven zweren dat het warme verdunde tomatenketchup was geweest.
Ik verwacht elk moment dat er ergens een Indonesische Ralph Inbar te voorschijn zal komen om te zeggen dat we er tussen zijn genomen door Pisang-Split of zo.
De saté’s zijn nu voor de tweede keer gearriveerd, die ene portie met de nieuwe saus voor de derde keer. Nu eindelijk alles warm. Alleen nu weer geen rijst. Op de tafel langs de muur staan inmiddels vier porties witte rijst zonder eigenaar. Die staan er al vanaf het moment dat wij gingen zitten. We pakken er één, dan maar koud. We zullen net aan de saté met rijst beginnen als de tweede kom tomatensoep komt. We laten de warm-koud test achterwege, want hij kan wat ons betreft zo weer mee terug. Te laat, de man is al buiten bereik. Dan maar op het tafeltje achter ons. Daar staat zo langzamerhand al een bonte verzameling van afgekeurde gerechten, dan wel gerechten-zonder-eigenaar.
Het is inmiddels acht uur en het hoofdgerecht is nog steeds niet in beeld. Wel heeft de overbuurman zojuist alsnog zijn garnalencocktail gekregen. Kan ook gelijk op het tafeltje achter me. Ik bestudeer de garnalencocktail nog even goed. Het is een kommetje met rauwe witte kool met daarop vijf kleine garnaaltjes. De garnaaltjes gaan schuil onder een laagje verdunde tomatenketchup, een paar scheppen van onze tomatensoep dus eigenlijk.
Om half negen (!) komen eindelijk onze hoofdgerechten. De meeste mensen hebben letterlijk en figuurlijk gegeten en gedronken. Ze blijven echter allemaal nog natafelen, al was het alleen maar om deze klucht tot het einde mee te maken. Ik moet toegeven, ik heb wel mindere toneelstukken gezien. Terwijl we ons hoofdgerecht verorberen komt de ober aan met twee porties saté. Iedereen kijkt verbaasd en vol verwachting waar deze heen zullen gaan. Wij zijn de gelukkigen. Foutje. Twee saté's te veel. Ook maar weer op de achtertafel. Toen we weggingen stond er op de tafel langs de muur meer eten dan we met z'n allen hadden opgegeten.
Ik heb hier alleen beschreven hoe wij ons eten en drinken (al dan niet) hebben gekregen. Vermenigvuldig deze ellende met acht en je krijgt een idee hoe groot de chaos was.
Na het eten moeten we bij dezelfde ober de bestelling opgeven voor het ontbijt van morgenvroeg. Iedereen levert weer zijn briefje met zijn wensen in. We bestellen twee glazen thee en twee glazen zgn. 'orange juice'. De ober leest het en moet erg lachen.
'You only drink for breakfast, ha ha!'
'Yes we only drink for breakfast!'
Lach maar, beste man, wat jij lekker niet weet: we hebben nog crackers-met-kaas in de rugzak!