[print]

Roro, Joko en de vulkaan Batok

Hij heette Roro Ateng en zij heette Joko Seger. Het echtpaar was kinderloos. Ze hadden zich suf gebeden, maar het gebed om kinderen werd door 'de goden' niet verhoord.

Om de vurige wens kracht bij te zetten, hadden ze op een onbewaakt moment ook nog eens beloofd dat ze, als ze ooit kinderen zouden krijgen, één kind zouden offeren. Voor wat, hoort wat. Nou dat hielp. Wat denk je? Het stel krijgt 25 kinderen. Wat te doen? Je zou zeggen daar kan er best eentje van gemist worden, dan hou je nog twee dozijn over. Maar nee hoor, het stel doet of hunne neuzen bloedt en praat nergens meer over. Dat is dom bij een belofte, gedaan aan 'de goden'. Als je ellende wilt, kun je het krijgen en jawel, de pest treft het land en zaait dood en verderf. Sneller nog dan ze aan de 25 kinderen waren gekomen raken ze ze ook weer kwijt. Er blijft er ééntje over en je voelt hem al aankomen. Roro en Joko worden door een stem vanuit de vulkaan de Bromo er aan herinnerd dat ze nog een belofte open hebben staan. Kisuma, het enige kind dat ze nog hebben moet worden geofferd. Het verhaal (zoals onze gids Anton het vertelt) gaat verder met de informatie dat, of de duvel d'r mee speelt, Kisuma uitgerekend de liefste, intelligentste en mooiste was. Dat zal je altijd zien. Hier zit iets onhandigs in het verhaal, want als je de enige bent, ben je natuurlijk al gauw de liefste, intelligentste en de mooiste.

Hoe dan ook, Pa en Ma gaan met Kisuma naar de zandzee en op dat moment komt de Bromo tot uitbarsting. Dat was het dan. Een beetje een open einde als je het mij vraagt. Bij Abraham en Isaac kwam God in elk geval nog op het nippertje tussen beiden. Ik denk dat Kisuma, daarentegen, letterlijk voor de bijl is gegaan. Per slot van rekening betrof het ook geen test van een onschuldig iemand, maar twee mensen die zo stom waren geweest om een belofte te doen en deze vervolgens niet na te komen. Streng, maar rechtvaardig dus. Tot slot is nog bekend dat het echtpaar in een grot in de berg Widodaran woont (nog steeds dus!). De grot, genaamd Gua Adam, trekt nog elke dag bezoekers die er hun gebeden, dan wel wensen, uitspreken.

Deze meneer A-TENG en mevrouw Se-GER nu, hebben de naam gegeven aan de streek en de bevolking: de Tengger's. In de Tengger hooglanden wonen uitsluitend Hindoes, dit in tegenstelling tot de rest van Java. Toen de Hindoes vluchtten voor de Moslims, waren het de rijkeren die naar het aangrenzende (en daarom dus nu overwegend Hindoeïstische) Bali konden vluchten; de arme bewoners, de Tenggers, vluchtten deze bergen ten oosten van Malang in.

Het Tengger massief is een oude krater van 10 kilometer doorsnee. In deze oude krater zijn drie nieuwe vulkanen ontstaan: de Bromo, de Batok en de Widodaran. Drie vulkanen in de krater van een andere vulkaan dus. De bodem van de oude vulkaan wordt de zandzee genoemd: een vlakte met overal de sporen van vulkanische uitbarstingen. Als een koekenpan is de zandzee omgeven door een hoge steile rand. Over het ontstaan van de zandzee en de vulkaan de Batok zijn de geleerden het niet eens. Dat wil zeggen de geleerden wel, maar de bevolking niet. Een aannemelijke lezing is de volgende.

Een monsterlijke reus wilde eens met een prinses trouwen. De koning, die zijn dochter liever in de armen van een iets fraaier schepsel zou zien vertrekken, gaat een weddenschap met hem aan. Met een halve kokosnoot moet hij de krater van de Tengger uitgraven. Hij krijgt daar één nacht de tijd voor en moet klaar zijn als de zon opkomt. Nou lijkt dit erger dan het is, aangezien het, daar waar wij waren, al om zes uur donker was en de volgende ochtend pas om een uur of zes weer licht. Tijd zat dus, wil ik maar zeggen. Het dreigt hem warempel ook nog te gaan lukken en dus moet de koning iets verzinnen. Hij beveelt zijn bedienden met bakken rijst te rammelen. Hierop beginnen alle hanen in de omgeving te kraaien en denkt het monster dat hij de weddenschap heeft verloren, omdat het al dag is geworden. Terwijl het monster de halve kokosnoot weggooit sterft hij van uitputting. En nu komt het: het uitgegraven gedeelte is de zandzee van het Tengger massief en de halve kokosnoot is uitgegroeid tot de vulkaan Batok.

Bij onze gids Nordin op Sumatra en nu ook weer bij onze gids voor Java, Anton, heb ik het gevoel dat als ze een dergelijk verhaal vertellen, dat ze inderdaad geloven dat het ook nog wel eens zo gebeurd zou kunnen zijn. Iets van het eeuwenlang aangehangen animisme zal er altijd overblijven. Bij Nordin kwam er dan altijd een soort gene in zijn stem, Anton doet wat lacherig om door ons nuchtere westerlingen in elk geval niet voor al te primitief te worden aangezien. Echter, nooit neemt iemand het woord sprookje of legende of zo in de mond. Ik heb het Nordin wel eens op de man af gevraagd. Hij zei dan dat hij het niet echt geloofde, maar tussen de regels door kon je horen dat hij de verhalen ook niet helemaal naar het land der fabelen verwees.

Zalig zij die niet hebben gezien en toch geloven, zullen we maar zeggen.