Natafelen
We hebben zojuist een twee uur durende marathonzitting achter de rug, genaamd de avondmaaltijd.
Al vrij snel nadat we onze bungalowtjes van het Nusa Holiday Village in Taman Negara hadden betrokken, moesten we nog even naar de receptie om op te geven wat onze keuze voor de avondhap was: vis, kip of groente en onder vermelding van het nummer van ons huisje werd het, inclusief de gewenste sapjes, genoteerd. Het tijdstip waarop we aan tafel dienen te zitten (beslist niet later dan 18.30!) stond er bij vermeld en ik dacht nog: als het nu niet goed komt weet ik het niet meer.
Toch liep het niet helemaal gesmeerd.
Hoewel we al lang klaar zijn, blijven we toch maar wat aan de lange tafel hangen. Om te beginnen is de hele vertoning zeer het aanschouwen waard, zeker als je zelf al bijna alles achter de kiezen hebt. Bovendien kunnen we toch niet weg aangezien er een poosje geleden een enorme onweersbui is losgebarsten.
Een half uurtje later is iedereen wel uitgegeten en hebben de mensen die iets niet hebben gekregen òf van het gemiste gerecht de restanten van een mededeelzame buurman of buurvrouw aangeboden gekregen, òf ze hebben de moed opgegeven en zich neergelegd bij het feit dat het niet meer zal komen.
Een van de hoofddoekjes is een bijdehandje. Zo nu en dan was ze zelfs zo gevat dat ze even iemand aan tafel op een leuke manier op zijn nummer zette:
'MH3!! 'Hello MH3 Where are you? MH3 Wake up, please!'
Ze lachte er dan heel guitig bij en haar bruine pretoogjes spiedden de lange tafel af of er toch nog niet iemand zijn hand opstak. Nu de meeste mensen van tafel zijn gegaan zit ze duidelijk om een praatje verlegen. Ongevraagd komt ze gezellig bij ons staan, pakt mijn roze opvouwparapluutje en zegt:
'I like your umbrella. You know why I like your umbrella?'
Ik heb geen idee natuurlijk.
'I like your umbrella, because it is pink.'
Daarna hoeven we een hele tijd niets meer te zeggen. Ze barst los.
'I like pink colours, because when I got married pink was my favourite colour.'
Ze vertelt dat ze een maand geleden is getrouwd en dat toen alles roze was. Zij was pink, de gasten waren pink en alles wat maar pink kon zijn was pink. Ze heeft inmiddels alle troep van ons op een dienblad gestapeld en werpt nogmaals een smachtende blik op mijn goedkoop HEMA parapluutje. Het is dat we nog een paar weken moeten en ik maar om me heen hoef te kijken om me te realiseren hoe onmisbaar het prulding is, maar anders had ze hem zo mogen hebben.
Ik vraag of haar kersverse echtgenoot hier ook in de buurt werk heeft. Ze wijst naar de jongen die achter een pilaar onderuitgezakt op een plastic stoeltje naar de TV ligt te kijken. Hij heeft zijn blote voeten in de lucht gestoken en het staat me bij dat hij daar al wel een paar uur zo hangt. Ofschoon nog in de wittebroodsweken, wekt ze met haar achteloze blik in de richting van haar man niet bepaald de indruk dat ze haar huwelijk nog door een roze bril bekijkt. Ik krijg niet de kans om te vragen of de bruidegom ook als Pink Panther op zijn eigen feestje rondliep want ze ratelt maar door.
Opnieuw zonder enige aanleiding komen vader en moeder aan bod. Haar ouders hebben zich wat betreft de instandhouding van de soort niet bepaald onbetuigd gelaten: zeven meisjes en twee jongens. Eigenlijk had er een compleet elftal kunnen staan, ware het niet dat twee kinderen al bij de geboorte (of eerder?) zijn overleden. Ze wrijft ter illustratie over haar buik. Ja, vader en moeder leven beide nog. Vader is al echt op leeftijd, namelijk 68, maar moeder is ook al heel erg oud: 52. Ik opper nog even dat 52 toch niet 'heel erg oud' is, maar de boodschap komt niet over. Dan stopt ze, wacht ook geen vragen of commentaar meer af, en zegt dat ze weer verder moet met afruimen. Prachtig, wat een kleine dondersteen. Of we nu geïnteresseerd waren of niet, in nog geen vijf minuten heeft ze onder het opruimen door haar hele doopceel gelicht.
Het regent nog steeds, maar niet meer zo hard als een half uur geleden.
Tegen beter weten in, heb ik de indruk, houdt onze Ben voor de vorm nog even de mogelijkheid open dat de geplande nachtwandeling alsnog van start gaat. Uitgerust met zaklantaarns en regenpakken zitten de echte doorzetters nog bij elkaar aan een tafel te wachten op nadere instructies. Ze hebben nog mooi mazzel dat ze niet een half uur geleden vertrokken zijn. We besluiten ons huisje op te zoeken en wensen de night walkers alvast veel plezier voor het geval het toch nog gaat gebeuren. Onder ons gammele (en roze!) flutparapluutje zien we kans droog bij onze MH1 te komen.
Buiten zitten is er niet meer bij. Zelfs alles onder de overkapping van de veranda is natgeregend. We drogen de twee plastic stoelen af en slepen ze naar binnen.
We hebben de deur nog niet achter ons dicht getrokken of er barst opnieuw een enorme bui los. De regen kletst zo hard op de golfplaten dat we elkaar niet meer kunnen beschreeuwen. Het weerlicht opnieuw en de harde donderslagen galmen over de bergen. Ik heb nog nooit zulke regenbuien als vanavond meegemaakt. Het duurt maar even of de elektriciteit valt uit. In het open restaurant staan de wandelaars nog steeds in het pikkedonker te wachten op betere tijden. Tot drie keer toe is er weer elektriciteit en telkens valt het opnieuw uit.
Even later nemen de buien wat af. Toch wordt de wandeling definitief afgeblazen. Al zou het droog blijven, de paden zijn inmiddels waarschijnlijk onbegaanbaar.
Het was al vochtig, maar ik denk dat de relatieve vochtigheid nu wel tegen de 100% moet zitten. Over vochtigheid gesproken. Voor ons natje en droogje waren we vanavond voor de derde keer vandaag deze vakantie overgeleverd aan de moslims. Hoewel het eten ook vanavond weer prima was, is het toch jammer dat er geen bier te krijgen is. Goed voor mijn buikje zullen we maar zeggen. Maar wel jammer.