Modderfiguur
De toerist verzint soms wat. Bij een vakantie hoort blijkbaar ook dat je je soms laat verleiden tot praktijken die je normaal gesproken niet in je hoofd zou halen.
Zo hebben Jelly en onze vakantievriendin Jacoline gisteravond het onzalige plan opgevat om met z'n drieën (inderdaad, ik moet mee) naar de modderbaden boven op de vulkaan te gaan. Onze gastheer op Pulau Tiga had gisteren in zijn opsomming van activiteiten op het eilandje inderdaad ook nog even de modderbaden genoemd, maar er naar mijn idee verdacht weinig woorden over vuil gemaakt. Lichte en gekleurde kleding die je aan het avontuur blootstelt kun je afschrijven, zo vertelde hij. Het zal door de invretende zwavel, Witte Reuzen en anti-oxy-weet-ik-velen ten spijt, nooit meer hetzelfde zijn. Dat zal dan wel voor alle kleren gelden, dacht ik toen nog en ik ben geneigd om te denken dat dat dan ook wel voor je lichaam zal gelden. Na het modderbad is het de bedoeling dat je in besmeurde toestand de hele weg terug naar het strand aflegt om aldaar de smurrie van je af te spoelen.
Door de dames wordt me verzekerd dat een en ander zeer heilzaam is voor het lichaam, maar ook voor de geest. Dat laatste verzinnen ze er volgens mij ter plekke bij. Hoewel ik heel langzaam, maar ook heel zeker, het gevoel krijg dat ik het slachtoffer van een complot aan het worden ben, ga ik toch uiteindelijk voor de bijl. Ze benadrukken nog eens dat het echt heel goed voor je huid is en dat je (en ook ik dus) er, zoals ze het formuleerden, 'zeer aaibaar' van wordt. Welke man zou na dit laatste argument niet een dagje van zijn vakantie opofferen om in het gezelschap van twee vrouwen een optimale aaibaarheid na te streven?
Slechts gekleed in, om maar onderaan te beginnen, Jezus-sandalen, zwembroek (resp. badpak) en minst dierbare T-shirt gaan we op zoek naar het begin van de glibberige trail die vanaf het strand omhoog leidt.
We zijn nog maar net op weg of we komen twee mensen van onze groep tegen. Zo uit de modder gestapt en op weg naar het verlossende water van de Zuid-Chinese Zee een paar kilometer verderop. Twee nauwelijks te herkennen gestaltes die me doen denken aan zo'n zilver-gespoten levend standbeeld dat een hele dag roerloos op de Dam staat. Wat kleding en wat bloot lichaam is is nauwelijks te onderscheiden. Alles is grijs en lijkt bedekt met een dikke laag grijze verf.
Even later worden we ingehaald door een groep Aziaten. Drie vrouwen en een man. Gesterkt door de gedachte dat er meer mannen zijn die voor de numerieke meerderheid van het zwakke geslacht zijn bezweken glibber ik verder, mijn vernedering tegemoet.
Hoe dichter we bij onze bestemming komen, hoe grijzer het wordt om ons heen. Op de plaats van bestemming is alles grijs van de modder. Het is één grote blubberzooi en als ik het goed begrepen heb word ik geacht daarin plaats te nemen. Als je goed kijkt kun je drie diepe plekken onderscheiden. Uit een van de troggen borrelen af en toe wat lobbige gasbellen omhoog. In de verste, tevens grootste, poel hangen de dames die ons voorbij zijn gestevend al tot aan hun kin in de blubber. De man heeft zijn kleren nog aan en staat met een stok in de hand aan de kant. Zo te zien zijn de randen zo glibberig dat je er nauwelijks op eigen kracht uit kunt komen. Erin is geen probleem want het scheelde niks of Jelly was iets te vroeg zo vanaf de kant de modder in gegleden. Ik besluit de dames voor te laten gaan zodat ik nog even een fotootje van ze kan nemen. Daarna berg ik mijn cameraatje op en daal ik zelf af in de vette grijze drab. De sensatie van de bewuste afdaling in een geaccepteerd decorumverlies is heerlijk, vies en sensueel tegelijk. Ontwapenend tot in je bilnaad. Zoals je als peuter het liefst kliederde met weet ik wat voor verboden substantie zo zak je er nu helemaal in weg! Varkens zijn we.
Ik moet toegeven, het is geweldig! De drek knijpt me uit alle kieren en naden, maar ik moet zeggen, het heeft wel wat. Het is een beetje alsof je in je broek hebt gescheten en het daarna nog lekker vind om er een half uur in rond te blijven draaien. Is dat de reden waarom baby's vaak met een barstensvolle poepluier nog vrolijk een uurtje kirrend en lachend in hun eigen stront liggen te kroelen? Het is al weer twintig, vijfentwintig jaar geleden dat ik het me afvroeg als ik bij het luier verwisselen mijn vrolijk lachende dochters uit de drek omhoog trok.
De grootste sensatie is de opwaartse kracht is gelijk aan het gewicht van de verplaatste blubber. Ik ben zwaar, maar blubber is dus nog zwaarder. Het is niet mogelijk om verder dan je borst te zakken. Ik zweef in de drek en hoe ik ook mijn best doe, ik kan de bodem niet bereiken. Het zal dus ook allemaal wel meevallen met die koeien en paarden die de lokale pers halen, omdat ze weer eens een keer in een gierput ten onder dreigden te gaan. Hoewel, ik ontdek dat het vervelend kan aflopen als je plat op je buik probeert te liggen. Je zwaartepunt - en raad eens waar dat bij mij zit - wil omhoog, met gevolg dat je hoofd naar beneden gaat. Waar ligt het zwaartepunt van een koe? Boeren, ik heb niks gezegd.
Het toeval wil dat we een half jaar geleden nog in de Dode Zee hebben gedobberd, maar het opwaartse effect is hier vele malen groter. De viscositeit overigens vele malen lager. Met moeite ploeteren we door de trage massa en juist dit onvermogen om je te bewegen forceert een traagheid waar je je uiteindelijk maar bij neerlegt. Toch wel heilzaam voor de geest misschien?
De Koreaanse dames (we hebben ze gevraagd waar ze vandaan komen) zijn inmiddels gezellig bij ons komen hangen. Het is bekend dat, bij het ruimschoots voorhanden hebben van smerigheid, peuters en kleuters bij voorkeur elkaar er onder smeren, en zo zie je ook hier dat ons gezamenlijk verblijf in het modderbad uitnodigt tot wederzijdse dienstverlening. Een van de dames heeft Jelly al te grazen en masseert en wrijft dat het een lieve lust is. Als ze hierbij zelfs haar borsten - voor Koreaanse begrippen sensationeel groot, natuurlijk - uit het badpak tevoorschijn haalt wordt het zelfs mijn wederhelft een beetje te gek. De mannelijke Koreaan staat nog steeds met de stok waarmee hij de dames van de ene modderpoel naar de andere heeft getrokken aan de kant en heeft minstens zoveel plezier als zijn landgenoten. Hij is ook duidelijk niet van plan in de modder te gaan. Aan de ene kant zie je dus maar weer dat je je toch niet hoeft te vernederen om in het bijzijn van een paar charmante vrouwen een leuke morgen te hebben, maar zoals gezegd, hij weet niet wat hij mist.
Jelly houdt het in het diepe gedeelte voor gezien en wil aan de kant. Nadat ze tot twee keer toe vanaf de glibberige rand is teruggegleden schieten de Koreaanse dames met een voor de trage massa verbluffende snelheid te hulp. Twee proberen vat op haar gladde benen te krijgen om van onderaf te duwen en eentje is al met behulp van de stok op de kant getrokken om daar te helpen trekken. Ik was al redelijk tevreden, maar ik geloof dat ik dit nog wel het leukste onderdeel van de voorstelling vind.
Eigenlijk hebben we het met zijn drieën inmiddels wel bekeken in de modder, maar voordat we allemaal weer met beide benen op de grond staan zijn we wel even verder. Nadat we bij het gammele kraantje alleen onze handen en voeten hebben afgespoeld trekken we onze teva's aan, pakken we de plastic zakken en beginnen we met zijn drieën aan de afdaling naar het strand.
Het is nog wel een half uur lopen en de dikke kleilaag droogt gaandeweg steeds meer op. Bij het strand aangekomen zoek ik een stil stukje op en ga lekker in mijn blootje badderen. Het is nog een heel gepoets om de modder uit je poriën te krijgen en nadat ik daarna nog wel tien minuten lang mijn zwembroek heb uitgespoeld, zoek ik de dames weer op en wandelen we verder in de richting van onze hutten.
Tegen mijn vooroordelen in moet ik toegeven dat ik een leuke morgen heb gehad. Of ik het echter zo snel weer zou doen, weet ik niet. Over het duiken op Pulau Tiga kan ik niet oordelen, maar het avontuur van de modderbaden kan ik aanraden.
Overigens, laat je wat dat betreft niet alles wijs maken! Ik zou toch na afloop zo aaibaar zijn? Mooi dat ik er niets van heb gemerkt!